Nieuwe franchisevoorwaarden bij contractverlenging: rechter wijst vordering franchisenemers af
Op 7 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een kort geding tussen een franchisegever en een groep franchisenemers, verenigd in een franchisevereniging. De zaak draaide om de vraag of een franchisegever bij het aflopen van franchiseovereenkomsten nieuwe voorwaarden mag voorstellen zonder instemming van de franchisenemers. De rechter oordeelde dat dit in beginsel is toegestaan.
Achtergrond van het geschil
Franchisegever exploiteert een franchiseformule voor uitzend- en bemiddelingsactiviteiten in de zorg. Franchisenemers runnen onder deze formule hun eigen vestiging en betalen verschillende vergoedingen aan de franchisegever, waaronder een vaste vergoeding, een percentage van de brutomarge en een andere opslag fee.
In de afgelopen jaren is de markt veranderd. De bemiddeling van zzp’ers in de zorg is sterk toegenomen en digitalisering speelt een steeds grotere rol. De franchisegever heeft daarom geïnvesteerd in technologische oplossingen die het bemiddelingsproces verder moeten automatiseren.
Bij het onderhandelen over nieuwe franchiseovereenkomsten stelde de franchisegever daarom een aangepast vergoedingenstelsel voor met flinke nadelige wijzigingen voor de franchisenemers.
De franchisenemers verzette zich tegen deze wijzigingen. Volgens hen zouden de extra kosten hun verdienmodel ondermijnen en was feitelijk sprake van een “slikken of stikken”-situatie: accepteren van de nieuwe voorwaarden of geen verlenging van de franchiseovereenkomst.
Instemming franchisenemers
De franchisenemers vroegen de voorzieningenrechter om de franchisegever te verbieden het vergoedingenstelsel te wijzigen zonder hun instemming. Zij beriepen zich daarbij onder meer op artikel 7:921 BW, onderdeel van de Wet franchise. Volgens hen vereist een wijziging met financiële gevolgen voor franchisenemers voorafgaande instemming.
Daarnaast verwezen zij naar het reglement van de franchiseraad, waarin een instemmingsrecht is opgenomen voor investeringen boven een bepaalde drempelwaarde.
Oordeel van de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter wees de vordering af. Volgens de rechtbank is het instemmingsrecht uit artikel 7:921 BW alleen van toepassing wanneer een franchisegever lopende franchiseovereenkomsten wil wijzigen. In deze zaak ging het echter om nieuwe franchiseovereenkomsten die volgen op contracten die van rechtswege aflopen. Omdat de bestaande overeenkomsten niet werden gewijzigd, maar simpelweg eindigden, was het wettelijke instemmingsrecht niet van toepassing.
De rechter benadrukte bovendien dat franchisenemers in beginsel geen recht hebben op verlenging van hun franchiseovereenkomst onder dezelfde voorwaarden. Wanneer een overeenkomst afloopt, mogen partijen opnieuw onderhandelen over de inhoud van een nieuwe overeenkomst. Daarbij mag een franchisegever ook rekening houden met veranderende marktomstandigheden en nieuwe investeringen.
Redelijkheid en billijkheid als grens
Wel merkte de rechtbank op dat er grenzen zijn. Nieuwe voorwaarden kunnen onaanvaardbaar zijn wanneer zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet te rechtvaardigen zijn, bijvoorbeeld wanneer zij franchisenemers structureel verlieslatend maken.
In dit kort geding vond de rechtbank het echter onvoldoende aannemelijk dat de voorgestelde wijzigingen de ondernemingen daadwerkelijk verlieslatend zouden maken. Ook was volgens de rechter onvoldoende duidelijk hoe de voorgestelde automatiseringsvergoeding precies zou worden toegepast, omdat sprake was van een gefaseerd ingroeimodel.
Betekenis voor de franchisepraktijk
Voor franchisegevers bevestigt de uitspraak dat zij bij contractverlenging ruimte hebben om hun formule en vergoedingsstructuur aan te passen aan veranderende marktomstandigheden. Tegelijkertijd blijft de redelijkheid en billijkheid een belangrijke toetssteen. Voor franchisenemers betekent dit dat zij bij aflopende overeenkomsten alert moeten zijn op nieuwe voorwaarden en tijdig moeten beoordelen of voortzetting van de samenwerking onder aangepaste voorwaarden voor hen nog aantrekkelijk is.



